Belastingplan 2015

 

 
 

Verlangt u naar goede persoonlijke begeleiding en advies van een MKB specialist nodig?

Neem contact op

André Visbeen

 

 
 

Wilt u minder zorgen en belastingen besparen?

Vraag een offerte aan

André Visbeen

 

 
 

Is financieel advies een goed plan?

Bekijk mijn expertises

André Visbeen

 

 
 

Wilt u uw onderneming of uitbreiding starten met goede begeleiding en advies van een MKB-specialist ?  

André Visbeen

 

 
 

Wilt u tijd en kosten besparen?

Ik kan u daarbij helpen!

André Visbeen

Belastingplan 2017

Op 20 september 2016 heeft het kabinet ,Staatssecretaris Wiebes van Financiëen,  het pakket Belastingplan 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Hieronder een samenvatting hiervan gerubriceerd per maatregel (Bron: PWC-Nederland).

Inkomstenbelasting

  • Derde schijf – De bovengrens van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting gaat omhoog naar 67.072 euro.
  • Algemene heffingskorting – De maximale algemene heffingskorting gaat per saldo met 12 euro omhoog naar 2.254 euro.
  • Arbeidskorting – De maximale arbeidskorting gaat per saldo 120 euro omhoog en wordt 3.223 euro. Het startpunt van de afbouw gaat omlaag naar 32.444 euro.
  • Ouderenkorting – De ouderenkorting gaat per saldo 105 euro omhoog naar 1.292 euro.
  • Bouwkavel – Een bouwkavel kwalificeert al als eigen woning wanneer concrete stappen zijn gezet voor de start van de bouwkundige werkzaamheden. Of als dat eerder is, zes maanden voor de start van de bouwkundige werkzaamheden.
  • Rentemiddeling hypothecaire lening  Eigenwoningbezitters kunnen profiteren van dalende hypotheekrente door bestaande hypothecaire leningen open te breken. Banken berekenen hiervoor boeterente en kunnen dit uitsmeren over meerdere jaren (rentemiddeling). Het gehele bedrag aan nieuwe rente (incl. boete en opslag) bij rentemiddeling is aftrekbaar.
  • Vruchtgebruik & eigenwoningschuld – Vruchtgebruikers krachtens erfrecht krijgen nu op wettelijke basis (en niet meer via een beleidsbesluit) recht op aftrek van rente en kosten van een eigenwoningschuld in de per 2013 gewijzigde eigenwoningregeling.
  • Vruchtgebruikschulden krachtens erfrecht – Niet alleen bezittingen waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust, maar voortaan ook daarmee verbonden schulden worden voor de volle waarde via box 3 belast bij de vruchtgebruiker.
  • Codificatie beleidsbesluit tijdklemmen – De voorwaarde dat voor (gedeeltelijke) vrijstelling van een uitkering voor eigen woning uit (Brede Herwaarderings)kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premie is voldaan, is in een aantal extra situaties niet langer van toepassing.
  • Monumentenpanden – Uitgaven voor rijksmonumentenpanden zullen niet meer fiscaal aftrekbaar zijn als persoonsgebonden aftrekposten. In 2019 wordt het budget (32 miljoen euro per jaar) ingezet binnen een herijkt financieringsstelsel voor monumentenzorg, in 2017 en in 2018 is er een overgangsregeling.
  • Scholingsuitgaven – De persoonsgebonden aftrekpost voor scholingsuitgaven vervalt. Van de opbrengst van deze maatregel zal een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers worden ingezet voor mensen die uit zich zelf minder geneigd zijn scholing te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang groot is. Ingangsdatum 1 januari 2018.
  • Box 2 & vrijgestelde beleggingsinstellingen – In box 2 moet worden afgerekend over de positieve aanmerkelijkbelangclaim als een lichaam waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft de status van vrijgestelde beleggingsinstelling of (buitenlandse) laagbelaste beleggingsinstelling verkrijgt. Inwerkingtreding voor alle nieuwe aanvragen 20 september 2016 om 15:15 uur.
  • Box 3 & vrijgestelde beleggingsinstellingen – Vermogen in box 3 dat tijdelijk wordt ondergebracht in een vrijgestelde beleggingsinstelling of (buitenlandse) laagbelaste beleggingsinstelling waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, blijft belast in box 3 als dit vermogen binnen achttien maanden weer terugkomt naar box 3. Tegenbewijs is mogelijk. Ook komt er een actieve meldingsplicht voor de belastingplichtige.
  • Box 3 & vrijgestelde beleggingsinstellingen – Het forfaitaire rendement uit een vrijgestelde beleggingsinstelling of (buitenlandse) laagbelaste beleggingsinstelling wordt gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3.
  • Afgezonderd particulier vermogen – De reikwijdte van de toerekeningsstop APV (om dubbele belastingheffing te voorkomen) wordt beperkt en geldt nog alleen voor zover een APV een reële actieve onderneming drijft. Voor de hierdoor mogelijk ontstane dubbele belastingheffing worden aanvullende maatregelen getroffen.
  • Box 2 & afgezonderd particulier vermogen – Bij APV’s met daarin een aanmerkelijk belang herleeft de historische verkrijgingsprijs met terugwerkende kracht voor alle aanmerkelijkbelangpakketten aanwezig in een APV waarop tot 20 september 2016 om 15:15 uur de toerekeningsstop van toepassing was. Voor de hierdoor mogelijk ontstane dubbele belastingheffing zijn maatregelen getroffen.
  • Bedrijfsopvolging – De verruiming van de reikwijdte van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregelingen in de aanmerkelijkbelangregeling bij indirecte aandelenbelangen van minder dan 5% worden teruggedraaid. De verruiming was ontstaan door een arrest van de Hoge Raad.
  • Heffingen beloningen bestuurders en commissarissen – Buitenlandse bestuurders en commissarissen van in Nederland gevestigde vennootschappen worden geacht hun winst uit onderneming geheel te hebben vervuld met behulp van een vaste inrichting in Nederland. Het loon en resultaat uit overige werkzaamheden ontvangen door buitenlandse bestuurders en commissarissen worden geacht volledig in Nederland te zijn vervuld.
  • Box 3 buitenlands belastingplichtigen – Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt tevens verleend aan buitenlands belastingplichtigen

Loonbelasting

  • Derde schijf – De bovengrens van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting gaat omhoog naar 67.072 euro.
  • Stimulering start-ups  Voor innovatieve start-ups, bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor de S&O-afdrachtvermindering kwalificeren als starter, wordt de gebruikelijkloonregeling versoepeld. Deze kan in principe op het wettelijk minimumloon worden vastgesteld.
  • Loonbegrip WVA  Deze wijziging legt wettelijk vast dat eindheffingsloon is uitgesloten van het loonbegrip dat wordt gehanteerd bij het berekenen van het gemiddelde uurloon voor de S&O-afdrachtvermindering.
  • Mededelingsplicht S&O-verklaring – Voor het niet (tijdig) voldoen aan de mededelingsplicht over het aantal bestede S&O-uren en gerealiseerde kosten en uitgaven per S&O-verklaring, wordt de maximumboete 2.500 euro en wordt dezelfde (lichtere) procedure als bij verzuimboetes gevolgd.
  • Jaarloonuitvraag  Vanwege, zoals de wetgever dat zelf noemt, de borging van tijdige en correcte loonaangiften gegevens door extra aandacht bij reguliere loonaangiften, wordt de mogelijkheid voor de Belastingdienst om een jaarloonuitvraag te doen afgeschaft.
  • Fictieve dienstbetrekking commissarissen  Een commissaris hoeft niet langer in de loonadministratie van de onderneming te worden opgenomen. De inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet zullen na afloop van het kalenderjaar bij de commissaris worden geheven.
  • Inhoudingsplicht concernonderdelen  Inhoudingsplicht van elk buitenlands concernonderdeel kan worden verlegd naar een Nederlands concernonderdeel. De eerdere voorwaarde, dat het buitenlandse concernonderdeel bemiddelt bij de tewerkstelling, vervalt. Verleggen van de inhoudingsplicht gebeurd op gezamenlijk verzoek van beide concernonderdelen.

Pensioen

  • Pensioen in eigen beheer – Directeuren-grootaandeelhouders kunnen in 2017 tot en met 2019 hun pensioen in eigen beheer met een gunstige fiscale korting afkopen of deze omzetten in een oudedagsverplichting.
  • Ouderdomspensioen - Pensioenuitvoerders mogen actuariële herrekening van het ouderdomspensioen achterwege laten voor zover dit ziet op de periode tussen de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt en de dag waarop de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt.
  • Deelnemingsjarenpensioen - Pensioenuitvoerders mogen actuariële herrekening van het deelnemingsjarenpensioen achterwege laten voor de periode tussen de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd volgens het deelnemingsjarenpensioen wordt bereikt en de dag waarop deze pensioenrichtleeftijd wordt bereikt.
  • Partner-, wezen en nabestaandenpensioen - Deze pensioenen moeten ingaan in de periode tussen de eerste dag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer overlijdt en de eerste dag van de daaropvolgende maand.
  • 100%-grens ouderdomspensioen – De toets of het opgebouwde ouderdomspensioen hoger is dan het laatstgenoten loon (100%-grens) vervalt. De toets is vrij complex terwijl het zelden voorkomt dat een werknemer ook maar in de buurt van de 100%-grens komt.
  • Doorwerkvereiste – Pensioenuitvoerders kunnen de jaarlijkse toets of werknemers die later met pensioen gaan dan de in hun pensioenregeling opgenomen pensioeningangsdatum aan het doorwerkvereiste voldoen achterwege laten. Het ouderdomspensioen moet uiterlijk vijf jaar na de AOW-ingangsdatum ingaan.
  • Nabestaandenoverbruggingspensioen – Het wordt weer mogelijk om een nabestaandenoverbruggingspensioen voor halfwezen op te bouwen. De maximale omvang daarvan bedraagt de helft van de maximale omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen voor volle wezen.
  • Beleggingsondernemingen – Beleggingsondernemingen in de zin van de Wet op het financieel toezicht mogen ook fiscaal gefaciliteerde lijfrenteproducten gaan aanbieden. Dit leidt naar verwachting tot een breder speelveld en tot grotere concurrentie onder de aanbieders.

Vennootschapsbelasting

  • Eerste schijf  De eerste tariefschijf waarbij over het belastbare bedrag 20 procent vennootschapsbelasting wordt geheven, wordt verlengd van 200.000 euro tot 250.000 euro in 2018, tot 300.000 euro in 2020 en tot 350.000 euro in 2021.
  • Verbonden lichaam  Voor toepassing van de renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage en bij bepaalde overnameschulden wordt het begrip verbonden lichaam uitgebreid tot onder meer lichamen die een samenwerkende groep vormen. De beoordeling of sprake is van een samenwerkende groep vindt plaats op basis van de feiten en omstandigheden van het individuele geval; het gaat met name om gecoördineerde investeringen. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Afbouwtermijn overnameschulden  Het is niet langer mogelijk om de afbouwtermijn voor het bepalen van het bovenmatige deel van een overnameschuld te verlengen door het binnen concernverband verhangen van de overgenomen maatschappij.  De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Aftrekmogelijkheid rente overnameschulden – Het is niet langer mogelijk om de aftrek van rente op overnameschulden bij een fiscale eenheid te verruimen door een overnameschuld bij de overgenomen maatschappij onder te brengen. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Splitsing en overnameschulden  Het is niet langer mogelijk om de aftrek van rente op overnameschulden na een juridische splitsing te verruimen door verhanging of verschuiving van de overnameschuld. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Fusie en overnameschulden – Het is niet langer mogelijk om de aftrek van rente op overnameschulden na een juridische fusie te verruimen door verhanging of verschuiving van de overnameschuld. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Innovatiebox – Het effectieve vennootschapsbelastingtarief voor winst uit innovatieve activiteiten geldt alleen als wordt voldaan aan de nexusbenadering (aanvullend substancecriterium) en de toegangscriteria voor kwalificerende immateriële activa (S&O-verklaring en mogelijke ‘juridisch toegangsticket' voor deze activa).
  • Overgangsrecht innovatiebox – Voor bepaalde activa, met name degene die zijn voortgebracht vóór 1 juli 2016, gelden overgangsmaatregelen over onder meer het van toepassing blijven van het huidige innovatieboxregime. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Einde overgangsrecht innovatiebox  Het overgangsrecht is uiterlijk van toepassing op het laatste boekjaar dat eindigt vóór 1 juli 2021.
  • Splitsing  en innovatiebox  Als de splitsende rechtspersoon die blijft bestaan de innovatiebox toepast, kan de faciliteit voor een geruisloze splitsing allleen op verzoek aan de inspecteur en onder nadere voorwaarden worden toegepast. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Bedrijfsfusie en innovatiebox  Als de overdrager van een onderneming de innovatiebox toepast, kan de faciliteit voor een geruisloze bedrijfsfusie alleen op verzoek aan de inspecteur en onder nadere voorwaarden worden toegepast. De overnemer kan de toepassing van de innovatiebox voortzetten. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Vrijstelling interne diensten overheidsondernemingen – De vrijstelling voor interne diensten wordt niet langer toegepast op het door een publiekrechtelijke rechtspersoon ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen als deze worden aangewend voor belaste (niet-vrijgestelde) activiteiten. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Quasi-inbestedingsvrijstelling overheidsondernemingen – De quasi-inbestedingsvrijstelling wordt niet langer toegepast op het door een privaatrechtelijk overheidslichaam ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen als deze worden aangewend voor belaste (niet-vrijgestelde) activiteiten. De wijziging is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017.
  • Belastingplicht specifieke overheidsonderneming – De vennootschapsbelastingplicht van enkele rechtspersonen die, vanwege een herstructurering en naamswijziging van een met name genoemde overheidsonderneming, naar de letter van de wet niet langer binnen het bereik van de vennootschapsbelasting vielen, wordt alsnog vastgelegd. De maatregelen hebben formeel terugwerkende kracht tot 30 september 2015 respectievelijk 1 oktober 2015.
  • Belastingplicht verenigingen en stichtingen  De termijn voor verenigingen en stichtingen met beperkte winstgevende ondernemingsactiviteiten om te kiezen voor vennootschapsbelastingplicht wordt verlengd tot het moment van de aangifte  vennootschapsbelasting. Zorg dat de verzenddatum van het afzonderlijke verzoek uiterlijk de dag van verzending van de aangifte is.

Dividendbelasting

  • Teruggaaf buitenlandse aandeelhouders – Op verzoek en onder voorwaarden kunnen bepaalde niet-ingezeten aandeelhouders die kwalificeren als uiteindelijk gerechtigden tot opbrengsten waarvoor zij in Nederland niet inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig zijn, een teruggaaf krijgen van ingehouden dividendbelasting voor zover deze heffing hoger is dan de inkomsten- of vennootschapsbelasting die zij verschuldigd zouden zijn als zij in Nederland woonachtig of gevestigd zouden zijn geweest.
  • Uiteindelijke gerechtigde – De voorwaarde dat de opbrengstgerechtigde ook de uiteindelijke gerechtigde is, gaat ook gelden voor verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door buitenlandse aandeelhouders.
  • Inhoudingsvrijstelling  Een nieuwe optionele inhoudingsvrijstelling van dividendbelasting gaat gelden bij uitkeringen aan bepaalde opbrengstgerechtigde lichamen (en daarmee vergelijkbare buitenlandse entiteiten) die (deels) niet zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting. Op het moment van uitdeling moet aan de voorwaarden zijn voldaan. De wijziging treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip.
  • Begrip uiteindelijk gerechtigde  Het begrip uiteindelijk gerechtigde gaat ook gelden voor de nieuwe inhoudingsvrijstelling van dividendbelasting. Die vrijstelling geldt niet als het opbrengstgerechtigde lichaam niet de uiteindelijk gerechtigde is. De wijziging treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip.
  • Afdrachtvermindering  Het maximale bedrag aan afdrachtvermindering van dividendbelasting voor bepaalde beleggingsinstellingen vanwege de ten laste van hen ingehouden bronheffing, wordt beperkt als bij dooruitdeling van het dividend de uiteindelijk gerechtigden vallen onder de nieuwe inhoudingsvrijstelling. De wijziging treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip.
  • Verzoek en ondergrens teruggaaf  Het verzoek om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting wordt niet langer bij een aangifte gedaan, voor de inhoud en de indieningstermijn zullen nadere regels worden gesteld. Ook vervalt de teruggaafgrens van 23 euro.

Omzetbelasting

  • Bouwterrein – Het begrip bouwterrein wordt verruimd. Er is sprake van een bouwterrein als onbebouwde grond en bebouwde grond waarbij de verkoper de bebouwing sloopt, wordt geleverd met het oog op bebouwing. Alle omstandigheden op de datum van levering zijn voor de beoordeling relevant.
  • Watersportorganisaties – De vrijstelling wordt verruimd en beperkt. Een niet-winstbeogende watersportorganisatie met personeel mag de vrijstelling weer toepassen. De vrijstelling geldt niet meer voor het ter beschikking stellen van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die niet geschikt zijn voor de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding.
  • Oninbare vorderingen – Ondernemers kunnen de omzetbelasting op geheel of gedeeltelijke oninbare vorderingen sneller en eenvoudiger terugvragen. Een opeisbare vordering wordt na één jaar in plaats van twee jaar al als oninbaar beschouwd. Het omzetbelastingbedrag begrepen in die oninbare vordering kan via de reguliere periodieke aangifte worden teruggevraagd.
  • Oninbare vorderingen – Voor afnemers geldt dat de in aftrek gebrachte omzetbelasting één jaar na het opeisbaar worden van de vergoeding verschuldigd wordt indien de vergoeding dan nog niet is betaald.

Milieubelastingen

  • Energiebelasting – De beslissing op het teruggaafverzoek van energiebelasting op aan zeeschepen als brandstof geleverd aardgas wordt bij een voor bezwaar vatbare beschikking genomen.
  • Energiebelasting – De energiebelasting voor leveringen aan laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet (openbare laadpalen) wordt tot en met 2020 verlaagd ter stimulering van elektrisch rijden. Hiermee geldt voor de eerste 50.000 kWh één tarief van 4,996 eurocent per kWh.
  • Energiebelasting – Het tarief voor de elektriciteit in de Wet opslag duurzame energie geleverd aan laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet wordt tot en met 2020 op nihil gesteld.
  • Energiebelasting – Het tarief voor elektriciteit voor de geleverde/verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting stijgt tot en met 2020 van 0,10070 euro naar 0,10077 euro per kWh wanneer deze niet hoger is dan 10.000kWh.
  • Afvalstoffenbelasting – Het tarief van de exportheffing voor overbrenging van afvalstoffen naar het buitenland voor verbranding wordt met terugwerkende kracht op nul gezet. Ingangsdatum 1 juli 2015.
  • Afvalstoffenbelasting  Verhoging van het tarief ter dekking van de afschaffing van de exportheffing. Het tarief voor storten en verbranden stijgt van 13,07 euro naar 14,22 euro per 1.000 kilogram afvalstoffen (tarief voor indexatie).
  • Afvalstoffenbelasting – De definitie van het begrip ‘preparaten’ wordt met terugwerkende kracht aangepast. Aangesloten wordt bij de definitie van het begrip ‘mengsel’. Dit is een oplossing bestaande uit twee of meer stoffen. Ingangsdatum 1 juni 2015.
  • Kolenbelasting – De dagaangifte voor de kolenbelasting wordt afgeschaft. De belasting moet pas na afloop van het tijdvak waarin sprake is geweest van uitslag, op aangifte worden voldaan.
  • Oninbare vorderingen – Belastingplichtigen kunnen de milieubelastingen op geheel of gedeeltelijk oninbare vorderingen sneller en eenvoudiger terugvragen. Een opeisbare vordering wordt na één jaar als oninbaar beschouwd en kan via de reguliere aangifte worden teruggevraagd.

Accijnzen

  • Wijnaccijns – Het onderscheid tussen mousserende en niet-mousserende wijn en tussenproducten vervalt.
  • Wijnaccijns – De bestaande acht accijnstarieven worden vervangen door twee tarieven voor wijn en twee tarieven voor tussenproducten. De nieuwe tarieven zijn: wijn tot 8,5 procent 44,49 euro en boven 8,5 procent 91,50 euro; tussenproducten tot 15 procent 105,98 euro en boven 15 procent 149,31 euro per hectoliter.
  • Biobrandstoffen – De teruggaafregeling accijns voor biobrandstoffen wordt uitgebreid met hernieuwbare brandstoffen, die geen biobrandstof zijn (zoals hernieuwbare methanol).
  • Biobrandstoffen – De accijnsvrijstelling voor biobrandstoffen voor verwarmingsdoeleinden vervalt.
  • LPG – De gedeeltelijke teruggaafregeling van accijns voor vloeibaar gemaakt petroleumgas voor autobussen in het openbaar vervoer en vuilniswagens vervalt.
  • Accijnscontroles – Gelijkschakeling accijns- en douanewetgeving. De mogelijkheid om dieren (bijvoorbeeld tabakshonden) en scanapparatuur in te zetten bij accijnscontroles wordt geformaliseerd. Nu gebeurt dat enkel met toestemming van de belanghebbende.
  • Tabaksproducten – De structuur en tarifering van de tabaksaccijns wordt vereenvoudigd.

Toeslagen

  • Voorschot tegemoetkomingen – Vijf jaar nadat een voorschot is verleend voor een tegemoetkoming waarvan de hoogte nog moet worden vastgesteld, wordt de definitieve tegemoetkoming minstens op het bedrag van het verleende voorschot gesteld.
  • Aanpak fraude – De inspecteur heeft de bevoegdheid om een voorschot te verlenen, net als de bevoegdheid om een voorlopige aanslag wel of niet op te leggen of het bedrag te wijzigen, vanwege eerder bestrafte fraude door belanghebbende of diens partner.
  • Informatie-uitwisseling – De Belastingdienst/Toeslagen gaat gegevens uitwisselen met andere bestuursorganen waarmee op basis van convenanten wordt samengewerkt.

Invordering

  • Invorderingsregime – Er wordt één invorderingsregime gecreëerd, uitgevoerd door de Belastingdienst, waarin de regels die momenteel gelden voor belastingen in de huidige invorderingswet ook (grotendeels) van toepassing worden op toeslagen.
  • Verrekeningsregime – Doordat het verschil in de invordering tussen belastingen en toeslagen vervalt, kunnen deze met elkaar worden verrekend. De verrekening is van toepassing als er geen betalingsregeling (meer) is. Het beslagregister wordt gebruikt voor een goede afstemming tussen schuldeisers.
  • Voorschotten en belastingteruggaaf – De Belastingdienst kan afzien van de uitbetaling van een voorschot of belastingteruggaaf bij twijfel over adresgegevens of als deze geheel ontbreken. Ook een te hoge voorlopige aanslag hoeft niet te worden uitgekeerd. Bezwaar en beroep zijn hiertegen mogelijk.
  • Verhalen toeslagschulden – In faillissement- of beslagsituaties gaat de ontvanger vóór andere schuldeisers. Dit geldt nu naast belastingschulden ook voor toeslagschulden. De gestreefde ingangsdatum is 1 januari 2019, al kunnen verschillende wijzigingen op een ander tijdstip intreden.
  • Beroepsmogelijkheid uitstel van betaling en kwijtschelding – In geschillen rondom uitstel van betaling en kwijtschelding van belasting- en toeslagschulden, is niet langer de directeur van de Belastingdienst bevoegd, maar de fiscale rechter.

Overig

  • Schenk- en erfbelasting – De verruiming van de reikwijdte van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregelingen in de aanmerkelijkbelangregeling bij indirecte aandelenbelangen van minder dan 5% worden teruggedraaid. De verruiming was ontstaan door een arrest van de Hoge Raad.
  • Schenkbelasting – De eenmalige schenking van 100.000 euro voor de eigen woning kan verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. De schenkingen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar van de eerste schenking, worden gebruikt voor de eigen woning.
  • Schenkbelasting – In de aangifte schenkbelasting moet een beroep worden gedaan op de verhoogde vrijstelling. De termijn waarbinnen de Belastingdienst een eventuele aanslag kan opleggen wordt met twee jaar verlengd en vastgesteld op vijf jaar.
  • Intrekken spaarrenterichtlijn – In strijd tegen grensoverschrijdende belastingfraude- en ontwijking wordt automatisch informatie over financiële rekeningen gerapporteerd. Dat gebeurde op basis van de spaarrenterichtlijn, die is vervangen door de CRS-richtlijn (ingevoerd met de Wet uitvoering Common Reporting Standard).
  • Douane/BES – Er worden diverse praktische maatregelen doorgevoerd.